Alles over de chinchilla

Geschiedenis

De chinchilla stamt uit de familie wolmuizen en is afkomstig uit het Andesgebergte in Zuid-Amerika. Deze diersoort kent een lange geschiedenis en werd al door de Inca’s gebruikt als bron van voedsel en kleding. In de zeventiende eeuw werd ontdekt dat dit dier een bijzondere vacht heeft. Daarom werden de pelzen massaal naar Europa verscheept en stierf deze diersoort rond 1910 haast uit in het wild.

Uiterlijkekenmerken

Gemiddeld heeft een volwassen chinchilla een grootte van zo’n 25 tot 35 centimeter. Het dier heeft grote oren, kleine poten, lange snorharen en een dik behaarde staart van zo’n 13 tot 18 centimeter lang. De ogen zijn zwart, terwijl de kleur van de vacht kan verschillen. Zo heb je bruine, beige, grijze, witte, zwarte en veelkleurige varianten. De vacht is het hele jaar door dik en zacht. Ook chinchilla baby’s zijn al direct vanaf de geboorte harig. Zij worden geboren na een zwangerschap van zo’n 111 dagen, meestal in een nestje van één tot drie jongen.

Karaktertrekken

Deze knaagdieren zijn vooral in de schemering en ’s avonds actief. Overdag, wanneer ze veel slapen, kun je ze het best met rust laten. Het zijn sociale dieren, maar vooral met soortgenoten. Het zijn echte groepsdieren die je altijd met meer dan één tegelijk moet houden. Het chinchilla karakter kan per dier verschillen. Zo houden sommige van knuffelen, hoewel de meeste liever met elkaar spelen.

Mens en dier

Deze diersoort kan goed als huisdier worden gehouden, maar daar moet je wel de nodige energie insteken. Als de chinchilla als baby al tam wordt gemaakt, kan het dier uitgroeien tot een echt knuffeldier. Het beestje is dan in principe kindvriendelijk en kan aanhankelijk worden.

Gezondheid

Een gezonde chinchilla heeft een gewicht tussen de 450 en 700 gram. Dit dier wordt niet snel ziek, maar heeft wel een gevoelige spijsvertering en kan slecht tegen stress. Bij afzonderen, sloomheid, diarree of kleine, harde keutels is het verstandig om contact op te nemen met de dierenarts. Voor een goede ontwikkeling van de spiermassa is voldoende beweging noodzakelijk.

Voeding

Je kunt deze kleine knager het best karige kost geven, want dat eet hij in de natuur ook. Denk hierbij aan voer met weinig vetten en vocht en veel vezels en vitaminen. Voer met veel vet, suiker of eiwit kan dit beestje behoorlijk ziek maken. Geef liever pellets, vers hooi, kleine stukjes gedroogd fruit en vers water. Hooi helpt ook obesitas te voorkomen.

Hygiëne

Dit dier houdt zijn vacht gezond en vetvrij door regelmatig een zandbad te nemen, dus bied jouw huisdier de mogelijkheid om dit te doen. Houd daarnaast de tanden goed in de gaten. Tanden en kiezen kunnen te lang doorgroeien als ze niet slijten door eten en knagen, met alle gevolgen van dien. De dierenarts kan de tanden en kiezen dan knippen.