Waarom sommige vogelsoorten niet kunnen vliegen

Vogels worden geassocieerd met vliegen, maar toch kunnen niet alle vogelsoorten vliegen. De bekendste niet-vliegende vogels zijn de pinguïns, nandoes, struisvogels, kiwi's, emoes, kasuarissen en kakapo's. Het komt er eigenlijk op neer dat alle loopvogels niet kunnen vliegen. Om te kunnen vliegen zijn niet alleen veren nodig, maar is het ook belangrijk dat een vogel beschikt over vliegspieren en luchtzakken én dat hij licht is in gewicht. Hoe dan ook, loopvogels steken anders in elkaar dan vogels die wél vliegen. Daarom is het belangrijk om te weten hoe dit principe in elkaar steekt en hoe je er zelf mee omgaat.

Hoe komt het dat sommige vogels niet kunnen vliegen?

Het is dus een feit dat niet alle vogels kunnen vliegen, maar hoe komt dat nu eigenlijk?

Opmerkelijk genoeg hebben veel vogels die niet kunnen vliegen wel degelijk vleugels. Bij sommige vogelsoorten zijn de vleugels korter, terwijl bij andere vogelsoorten de vleugels niet sterk genoeg zijn om het lijf de lucht in te krijgen.

Het lijkt er op dat al deze vogelsoorten zich aan hun omgeving hebben aangepast. Door evolutie verandert de soort en dit heeft ook invloed gehad op het 'vlieggedrag' van vogels.

Toch is het niet geheel duidelijk waar in het evolutieproces bepaalde vogels hun vliegvermogen zijn kwijtgeraakt. Mogelijke oorzaken zijn een veranderd dieet, dat ervoor heeft gezorgd dat ze te zwaar werden om te kunnen vliegen of dat ze lopend beter eten konden zoeken.

Hoe gaan loopvogels om met dreigend gevaar?

De meeste vogels kunnen wegvliegen zodra er gevaar dreigt, maar dit is anders bij vogels die niet kunnen vliegen.

Veel loopvogels moeten zich ver verplaatsen om voedsel te vinden. Ze leven bijvoorbeeld in droog grasland of steppeachtig gebied. Dit snelle lopen zetten ze ook in om aan hun vijanden te ontsnappen.

Hun vluchtgedrag is dus anders dan bij 'gewone' vogels.

Kort samengevat: loopvogels lopen vooral hard weg zodra er gevaar dreigt, terwijl doorsnee vogels wegvliegen zodra ze worden aangevallen door roofdieren.

Wat eten vogels die niet kunnen vliegen?

De meeste loopvogels zijn echte planteneters. Ze eten bladeren, gras, vruchten en zaden. Er zijn echter ook loopvogels die insecten en kleine dieren eten. Hierbij maken ze gebruik van hun lange snavel.

De lange dunne snavel is voorzien van neusgaten wat het zoekproces naar voedsel vergemakkelijkt.

Pinguïns daarentegen eten voornamelijk vis, krill en inktvissen.

Het voedingspatroon van niet-vliegende vogels verschilt dus ook per soort. Dit wordt duidelijk bij het bekijken van natuurfilms of als je een bezoek brengt aan de dierentuin.

Hoe dan ook: de evolutie laat ook nu zijn sporen na en dit zie je onder andere terug in loopvogels, oftewel: niet-vliegende vogels.